Bibelen på hverdagsdansk

Salme 139

Guds storhed og omsorg

1Til korlederen: En sang af David.

Herre, du ved alt om mig,
    du kender mit hjerte til bunds.
Du er klar over alt, hvad jeg gør,
    du kender mine inderste tanker.
Du ved, hvor jeg går om dagen og sover om natten,
    du lægger mærke til al min færden.
Du ved, hvad jeg vil sige,
    før jeg kan nå at åbne munden.
Du omgiver mig på alle sider,
    lægger din skærmende hånd på mig.
Det er næsten for godt til at være sandt.
    Jeg fatter ikke din uendelige godhed.
Jeg når aldrig uden for din rækkevidde,
    hvor jeg end er, er du nær hos mig.
Farer jeg op til himlen, da møder du mig der.
    Stiger jeg ned i dødsriget, da møder du mig der.
Flyver jeg mod øst på morgenrødens vinger,
    rejser jeg mod vest over det store hav,
10 så vil din hånd også lede mig der,
    din højre hånd holde mig fast.
11 Bad jeg mørket om at skjule mig,
    befalede jeg dagen at blive til nat,
12 så ville mørket ikke være mørkt for dig,
    for nat eller dag gør ingen forskel.
13 Du har skabt mig som den, jeg er,
    du formede mig i min mors mave.
14 Tak, Gud, at du skabte mig så forunderligt,
    dit skaberværk er fantastisk.[a]
15 Du så på mig, da jeg blev dannet i det skjulte,
    da jeg langsomt voksede i livmoderens mørke.
16 Mens jeg endnu var et foster, så du mig.
    Mine livsdage var lagt fast og skrevet ned i din bog,
        længe før jeg så dagens lys.
17 Forunderlige og fuldkomne er dine tanker, Gud,
    de overgår langt, hvad jeg kan fatte.
18 Kunne de tælles, ville de være talrige som sandet.
    Jeg ville aldrig nå til ende med dem.[b]
19 Jeg ville ønske, du ville udrydde de gudløse,
    få de morderiske mænd til at lade mig være i fred.

20 De vanærer dit navn og håner dig,
    de er blasfemiske og taler ondt om dig.
21 Herre, jeg hader enhver, der hader dig,
    jeg føler lede ved dem, der er imod dig.
22 Dine fjender er også mine fjender,
    jeg hader dem af hele mit hjerte.

23 Undersøg mig og se på mit hjerte, Gud!
    Gransk mine motiver og afslør mine tanker!
24 Hvis du ser, at jeg er kommet på afveje,
    så led mig tilbage til det evige livs vej.

Notas al pie

  1. 139,14 Teksten er uklar.
  2. 139,18 Teksten er uklar.

Het Boek

Psalmen 139

1Een psalm van David voor de koordirigent.

Here, U ziet alles van mij,
U kent mij helemaal zoals ik ben.
U weet het als ik zit en als ik weer opsta,
vanuit de hemel weet U wat ik denk.
U ziet waar ik heen ga en weet wanneer ik ga liggen.
Alles wat ik doe, is voor U bekend.
Elk woord dat ik uitspreek kent U al, Here.
U bent bij mij, naast mij, voor mij, achter mij.
Uw hand rust op mij.
Het is voor mij onmogelijk dat te begrijpen.
Het is zo wonderlijk, zo hoog.
Hoe zou ik mij kunnen verbergen voor uw Geest,
waar zou ik naar toe moeten om U te ontvluchten?
Als ik naar de hemel ging, zag ik U daar.
Als ik neerdaalde in het dodenrijk, zou ik U ook daar ontmoeten.
Zelfs als ik vleugels had
en ging wonen aan de andere kant van de zee,
10 zou ik U daar ontmoeten.
U zou mij vasthouden
en uw rechterhand zou mij stevig leiden.
11 Stel dat ik zei dat de duisternis op mij kon vallen,
dan zou het nog licht om mij heen zijn.
12 Ook de duisternis kan niets voor U verbergen.
Voor U is de nacht net zo licht als de dag
en duisternis betekent niets voor U.
13 U hebt mij immers in de buik van mijn moeder gemaakt?
Mijn hele lichaam werd door U geweven.
14 Ik prijs U, omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt.
Alles wat U doet, is wonderbaarlijk.
Alles in mij getuigt daarvan.
15 U zag elk van mijn botten,
terwijl zij in het verborgene werden gemaakt.
16 U zag mij al toen ik nog geen vorm had.
Elke dag van mijn leven stond toen al in uw boek opgeschreven.
17 Wat betekenen uw gedachten veel voor mij, mijn God.
Zij zijn ontelbaar.
18 Zelfs als ik ze zou proberen te tellen,
blijken het er nog meer te zijn dan de zandkorrels.
Ik ben voortdurend in uw nabijheid.
19 Mijn God, wilt U uw tegenstanders doden?
Moordenaars, blijf uit mijn buurt!
20 Zij zeggen boosaardige dingen tegen U
en gebruiken uw naam voor hun leugens.
Zij zijn uw vijanden.
21 Ik moet immers wel de mensen haten die U haten, Here?
Ik heb een diepe afkeer van mensen die tegen U in opstand komen.
22 Ik voel een diepe haat tegen hen
en beschouw hen als mijn eigen vijanden.
23 God, houdt U mij in het oog en ken mijn hart.
Toets mij. U mag alles weten wat er in mij omgaat.
24 Let op of ik soms de verkeerde weg opga.
Leid mij op uw weg, die naar uw eeuwigheid voert.