Bibelen på hverdagsdansk

Salme 118

Lovsang som tak for sejr[a]

1Tak Herren, for han er god.
    Hans trofasthed varer til evig tid.
Syng med, Israels menighed:
    „Hans trofasthed varer til evig tid!”
Syng med, Arons præsteslægt:
    „Hans trofasthed varer til evig tid!”
Syng med, alle I, der kender Herren:
    „Hans trofasthed varer til evig tid!”

I min nød bad jeg til Herren,[b]
    han svarede og satte mig fri.
Herren er med mig, så jeg vil intet frygte.
    Hvad kan mennesker gøre mig?
Herren hjælper mig,
    han besejrer alle mine fjender.
Det er bedre at stole på Herren
    end at sætte sin lid til mennesker.
Det er bedre at søge hjælp hos ham
    end at stole på stormænd og fyrster.
10 Jeg var omringet af fjendtlige hære,
    men i Herrens kraft slog jeg dem tilbage.
11 De kom imod mig fra alle sider,
    men i Herrens kraft sejrede jeg over dem.
12 De sværmede om mig som bier,
    de blussede op som ild i en bunke kvas,
        men i Herrens kraft slog jeg dem tilbage.
13 Jeg blev angrebet hårdt og var ved at bukke under,
    men Herren kom mig til undsætning.
14 Herren hjalp mig og gav mig styrke,
    han gav mig sejr over mine fjender.
15 Der høres jubel og sejrsråb i de gudfrygtiges telte:
    „Herren gav os sejr!
16 Herren er stor og mægtig!
    Det var ham, der gav os sejren!”
17 Jeg er ikke død, jeg lever stadig.
    Jeg vil fortælle, hvad Herren har gjort.
18 Selv om Herren satte mig på en hård prøve,
    skånede han dog mit liv.
19 Luk helligdommens porte op,
    så jeg kan gå ind og lovsynge Herren.
20 De porte fører ind til Guds nærhed,
    kun de gudfrygtige kan gå derind.
21 Jeg takker dig, Herre,
    for du hørte min bøn og gav mig sejr.

22 Den sten, bygmestrene kasserede,
    er blevet selve hjørnestenen.[c]
23 Det er Herren, der har gjort det,
    og det er forunderligt at se.
24 Det er Herrens dag i dag,
    kom, lad os juble og fryde os.
25 Herre, hjælp os, når vi er i nød,
    red os og giv os fremgang!

26 Velsignet være den, som kommer i Herrens navn.
    Vi velsigner jer fra Herrens hus.
27 Herren er vor Gud, og han har givet os glæde.
    Lad folk komme i festligt optog
        til alterets horn med flettede grene.[d]
28 Du er min Gud, og jeg vil takke dig.
    Jeg vil fortælle om din storhed og magt.

29 Tak Herren, for han er god.
    Hans trofasthed varer til evig tid!

Notas al pie

  1. Salme 118 Denne sang blev normalt brugt ved Løvhyttefesten.
  2. 118,5 I vers 5-21 er det sandsynligvis kongen (David?), der taler og takker Herren for sejr over fjendens hære.
  3. 118,22 I vers 22-25 er det sandsynligvis folket, der synger. Meningen er uklar, men kongen sammenlignes åbenbart med en byggesten, der er blevet smidt væk, men så løftes op af Herren og får hæderspladsen. Måske var det et ordsprog. Det er også en profetisk henvisning til Messias.
  4. 118,27 Eller: „Kom og bind offerdyret til alterets horn.” Teksten er uklar.

Het Boek

Psalmen 118

1Prijs de Here, want Hij is een goede God.
Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.
Laat eerst het volk van Israël zeggen:
‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’
Laat dan het nageslacht van Aäron zeggen:
‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’
En laat nu ieder die ontzag heeft voor de Here, zeggen:
‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’
Toen ik het heel erg moeilijk had,
heb ik de Here aangeroepen.
Hij heeft mij antwoord gegeven en mij bevrijd.
Ik kon het allemaal weer aan.
De Here is dicht bij mij,
ik ben nergens meer bang voor.
Want wat kan een mens mij nu nog aandoen?
De Here is dicht bij mij en mijn vrienden,
daarom kan ik neerzien op mijn tegenstanders.
Het is het beste te leven onder de bescherming van de Here,
dat biedt meer zekerheid
dan wanneer men op mensen vertrouwt.
Het is het beste te leven onder de bescherming van de Here,
dat biedt meer zekerheid
dan wanneer men het verwacht van machthebbers.
10 Toen ik van alle kanten werd ingesloten,
heb ik de vijand neergeslagen in de naam van de Here.
11 Toen zij mij omringden,
heb ik ze in de naam van de Here neergeslagen.
12 Het leek wel alsof ik door een zwerm bijen werd aangevallen,
maar ik heb ze uitgerookt,
ik heb hen neergeslagen in de naam van de Here.
13 U hebt mij flink te pakken gehad,
ik was zelfs gevallen.
Maar de Here hielp mij.
14 De Here is mijn kracht
en ik zing een loflied voor Hem.
Hij heeft mij bevrijd.
15 Luister!
Vanuit de huizen van de gelovigen
klinken overwinningsliederen en lofzangen.
De rechterhand van de Here
is sterk en doet grote dingen.
16 De rechterhand van de Here
helpt mensen overeind.
De rechterhand van de Here
is sterk en doet grote dingen.
17 Ik kom niet om in de strijd,
maar zal overleven
en iedereen vertellen wat de Here heeft gedaan.
18 De Here heeft mij pijnlijk gestraft,
maar Hij heeft mij in leven gelaten.
19 Laat mij zien waar de rechtvaardigheid is,
dan zal ik daar naar binnen gaan.
Ik wil de Here prijzen.
20 De rechtvaardigheid is waar de Here woont,
de gelovigen mogen bij Hem komen.
21 Ik prijs U, want U hebt mij gehoord
en geantwoord. U hebt mij gered.
22 De steen die door de bouwers was afgekeurd,
is juist de hoeksteen geworden.
23 Zo heeft de Here het gewild
en wij zien dat als een groot wonder.
24 Deze dag heeft de Here gemaakt,
het is goed dat wij deze dag jubelen
en grote blijdschap ervaren.
25 Here, geef ons bevrijding!
Here, geef ons welvaart.
26 Gezegend is hij
die komt in de naam van de Here.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Here.
27 De Here is onze God.
Hij zorgt ervoor dat wij in het licht kunnen leven.
Zet de lofoffers maar vast klaar naast het altaar.
Bind ze eraan vast.
28 U bent mijn God,
ik zal U prijzen.
Mijn God, U bent de Allerhoogste!
29 Prijs de Here,
Hij is een goede God!
Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.