Bibelen på hverdagsdansk

Salme 107

Herrens trofasthed mod sit folk

1Tak Herren, for han er god.
    Hans trofasthed varer til evig tid.
Det er, hvad Herrens folk bør sige,
    dem, han befriede fra fjendens magt
og bragte tilbage fra fjerne lande,
    fra øst og vest og syd og nord.

De måtte vandre længe gennem øde egne,
    de ledte efter et sted at bo.
De var udmattede af sult og tørst
    og nær ved at give op.
Men i deres nød råbte de til Herren,
    og han reddede dem ud af problemerne.
Han førte dem ad den rigtige vej
    til en by, hvor de kunne bosætte sig.
De bør takke Herren for hans trofasthed,
    for de undere, han gør for menneskene.
Han slukkede de udmattedes tørst,
    og han mættede de sultne med gode gaver.

10 De sad i et trøstesløst mørke
    og led under deres fangenskab,
11 fordi de havde gjort oprør mod Gud,
    ringeagtet den Højestes bud.
12 Han nedbrød deres stolthed gennem lidelser,
    når de segnede, hjalp ingen dem op.
13 Men i deres nød råbte de til Herren,
    og han reddede dem ud af problemerne.
14 Han førte dem ud af mørket
    og rev deres lænker i stykker.
15 De bør takke Herren for hans trofasthed,
    for de undere, han gør for menneskene.
16 Han sprængte porte af bronze
    og huggede gennem slåer af jern.

17 De blev mishandlet og betragtet som tåber
    på grund af deres synd og oprør mod Gud.
18 De mistede appetitten og fik kvalme af maden,
    de var døden nær af sult.
19 Men i deres nød råbte de til Herren,
    og han reddede dem ud af problemerne.
20 Han sagde blot et ord, og de blev reddet,
    han rev dem ud af dødens gab.
21 De bør takke Herren for hans trofasthed,
    for de undere han gør for menneskene.
22 Lad dem bringe ham ofre i taknemmelighed,
    synge med glæde om hans vældige gerninger.

23 Nogle stod til søs med deres skibe,
    drev handel på det store hav.
24 Også de fik Herrens gerninger at se,
    de undere han udførte på havet.
25 Han befalede stormvejret at bryde løs,
    bølgerne rejste sig som bjerge.
26 De steg mod himlen, sank atter ned i dybet.
    Sømændene var ved at give op over for orkanen.
27 De ravede rundt som fulde folk,
    de kunne intet stille op.
28 Men i deres nød råbte de til Herren,
    og han reddede dem ud af problemerne.
29 Stormen blev stille som en hvisken,
    havets bølger faldt hurtigt til ro.
30 Da fyldtes de af fred, åndede lettet op,
    og han førte dem til deres rejses mål.
31 De bør takke Herren for hans trofasthed,
    for de undere, han gør for menneskene,
32 ophøje ham offentligt i folkets forsamling
    og for landets ledende råd.

33 Han forvandlede floder til ødemark,
    gjorde kildevand til ørkensand.
34 Frugtbart land blev til saltsletter
    på grund af beboernes ondskab.
35 Men derefter gjorde han ørkenen til oase
    og ødemarken til frugtbart land,
36 så hans sultende folk kunne slå sig ned
    og bygge byer, hvor de kunne bo,
37 tilså deres marker, plante vingårde
    og bringe en bugnende høst i hus.
38 Han velsignede dem, de blev mange,
    og der var ingen mangel på kvæg.

39 Det oprørske folk blev ydmyget gennem sorg og ulykker,
    mange døde, så de blev færre og færre.

40 Gud måtte straffe de stolte, religiøse ledere,
    lade dem flakke om i øde egne.
41 Men de, der søgte hjælp hos Herren,
    blev reddet ud af deres ulykke.
Han tog sig af dem,
    så de trivedes og havde fremgang.
42 De retskafne glæder sig over at se det,
    men de onde holder skamfuldt deres mund.
43 De vise vil lægge mærke til det
    og anerkende Herrens trofasthed.

Het Boek

Psalmen 107

1Prijs de Here!
Hij is een goede God.
Want zijn goedheid en liefde
blijven eeuwig bestaan.
Laat ieder die door de Here is bevrijd,
dit blijven zeggen.
Hij heeft hen immers bevrijd
uit de macht van de vijand?
Hij heeft hen teruggehaald
uit alle verre landen,
uit oost en west, uit noord en zuid.
Er waren mensen
die ronddwaalden in de woestijn,
op eenzame plaatsen.
Zij hadden geen plek om te wonen.
Door honger en dorst waren zij
aan het eind van hun krachten.
Toen riepen zij in hun ellende tot de Here
en Hij redde hen uit al hun angst.
Hij liet hen lopen
op een goed begaanbare weg
die leidde naar een stad
waar ook voor hen een huis was.
Laten zij de goedheid en liefde van de Here prijzen
en Hem ook eren om alle wonderen
die Hij voor de mensen heeft gedaan.
Maar ook omdat Hij
de dorstige mensen te drinken heeft gegeven
en de hongerigen heeft voorzien van voedsel.
10 Er waren ook mensen
die in de duisternis moesten leven.
Zij zaten, lichamelijk of geestelijk, vastgebonden.
11 Dat kwam doordat zij
niet wilden luisteren naar wat God zei.
Zij wisten het zelf beter!
Zij sloegen de raadgevingen van God,
de Allerhoogste, in de wind.
12 Daarom had Hij hen in de moeilijkheden gebracht.
Toen zij vielen,
was er niemand die hen hielp.
13 Toen riepen zij in hun ellende tot de Here
en Hij redde hen uit al hun angst.
14 Hij leidde hen uit die diepe duisternis
waarin zij leefden,
en verbrak alles
waarmee zij zaten vastgebonden.
15 Laten zij de goedheid en liefde van de Here prijzen
en Hem ook eren om alle wonderen
die Hij voor de mensen heeft gedaan.
16 Maar ook omdat Hij
de koperen deuren heeft opengebroken
en de metalen sloten ervan heeft vernietigd.
17 Ook waren er mensen
die dwaas handelden.
Wegens hun zondige leven en hun oneerlijkheid
werden zij gemarteld.
18 Zij walgden bij het zien van eten
en stonden al met één been in het graf.
19 Toen riepen zij in hun ellende tot de Here
en Hij redde hen uit al hun angst.
20 Hij kwam en sprak met hen,
Hij maakte hen beter
en rukte hen weg voor de kaken van de dood.
21 Laten zij de goedheid en liefde van de Here prijzen
en Hem ook eren om alle wonderen
die Hij voor de mensen heeft gedaan.
22 Maar laten zij Hem ook lofoffers brengen
en juichend over zijn werk vertellen.
23 Er waren ook mensen
die met hun schepen alle zeeën bevoeren
en overal handel dreven.
24 Zij zagen het machtige scheppingswerk van de Here
en wat Hij in de zeeën had gemaakt.
25 Soms, als Hij sprak,
stak er een storm op die de golven hoog opzweepte.
26 Dan gingen zij met schip en al
omhoog met de golven
en even later weer diep naar beneden,
zij waren dan doodsbang.
27 Zij vielen om en liepen als dronkemannen.
Er bleef van al hun fiere stoerheid niets meer over.
28 Toen riepen zij in hun ellende tot de Here
en Hij redde hen uit al hun angst.
29 Hij zwakte de storm af
tot een zacht ruisende wind
en de golven kalmeerden.
30 Zij waren blij omdat alles weer tot rust kwam.
God Zelf bracht hen veilig naar de haven van bestemming.
31 Laten zij de goedheid en liefde van de Here prijzen
en Hem ook eren om alle wonderen
die Hij voor de mensen heeft gedaan.
32 Maar laten zij Hem ook prijzen
tegenover de leiders van het volk
en Hem de eer geven wanneer zij later alles vertellen.
33 Hij bepaalt of een waterrijk gebied
een woestijn wordt
en bronnen opdrogen
en tot droog land worden.
34 Of dat vruchtbaar land
zoute grond wordt,
omdat de bewoners slecht zijn.
35 Maar Hij maakt ook woestijnen
tot vruchtbare streken
en in droge, gebarsten grond
laat Hij bronnen ontspringen.
36 Daar laat Hij hongerige mensen wonen
en zij bouwen daar een stad.
37 Zij zaaien akkers in
en leggen wijngaarden aan.
De opbrengst dient als voedsel.
38 God zegent hen
en laat hen uitgroeien tot een groot volk.
Ook het vee neemt aanzienlijk toe.
39 Maar als er rampen en slechte tijden komen,
wordt dat volk weer kleiner en verdwijnt.
40 Er komt schande over de machthebbers,
zij dwalen rond zonder doel.
41 God beschermt echter de armen,
Hij behoedt hen voor verdrukking
en breidt hun families uit.
42 De oprechte mensen zijn blij als zij dit zien.
Oneerlijkheid trekt toch altijd aan het kortste eind.
43 Wie denkt dat hij wijs is,
moet goed op deze dingen letten,
en vooral nooit de goedheid en zegeningen van de Here
over het hoofd zien.