Bibelen på hverdagsdansk

Ordsprogene 23

1Bliver du indbudt til en fest hos en magtfuld person,
    så læg godt mærke til den mad, du får serveret.
Lad være med at proppe dig,
    selvom du er nok så sulten.
Se ikke længselsfuldt efter de lækre retter,
    for der er måske en bagtanke med det hele.

Brug ikke al din energi på at blive rig,
    men brug din fornuft og behersk dig.
Rigdom har det med at få vinger
    og forsvinde som en fugl i luften.

Spis ikke ved gnierens bord,
    smag ikke på hans lækre mad.
„Spis og drik!” siger han,
    men han mener det ikke.
Til sidst får du kvalme af ham
    og fortryder dine rosende ord.

Forsøg ikke at tale et fjols til fornuft,
    han vil ikke værdsætte din visdom.

10 Udnyt ikke de forældreløses svaghed,
    flyt ikke markskellet ind på deres grund.
11 Herren vil selv tage sig af deres sag
    og forsvare dem overfor uretten.

12 Tænk over den vejledning, du får,
    hør godt efter de kloge ord.

13 Et barn har brug for disciplin,
    og et slag med riset slår det ikke ihjel.
14 Det, et barn lærer ved at blive straffet,
    kan senere redde dets liv.

15 Min søn, når du tilegner dig visdom,
    fryder jeg mig af hele mit hjerte.
16 Jeg bliver glad helt ind i sjælen,
    når jeg hører dig sige de rette ord.

17 Lad være med at misunde syndere,
    men lev hver dag i ærefrygt for Herren,
18 så undgår du skuffede forhåbninger
    og får dig en velsignet fremtid.

19 Hør efter, min søn, og bliv vis,
    så du kan holde den rette kurs i dit liv.
20 Lad være med at drikke dig fuld,
    og hold dig fra alt frådseri.
21 Den slags gør dig bare fattig og sløv,
    og du ender med at gå rundt i pjalter.

22 Lyt til din far, som gav dig livet,
    respekter din mor, selv når hun bliver gammel.
23 Søg visdom og sandhed, vejledning og indsigt,
    for det er værdier, det betaler sig at holde fast ved.
24 Et fornuftigt barn gør sine forældre glade,
    det er lykken at have et forstandigt barn.
25 Giv dine forældre grund til at glæde sig,
    lad din mor få lov at være stolt af dig.

26 Min søn, lyt til mit råd
    og tag ved lære af mit eksempel.
27 En løsagtig kvinde er som en faldgrube,
    en luder som en løkke om halsen.
28 Hun ligger på lur som en røver
    og forfører sine ofre til utroskab.

29 Hvem får sorg, og hvem får smerte?
    Hvem får skældud og masser af ballade?
        Hvem får blå mærker og blodskudte øjne?
30 De, der drikker i tide og utide,
    som altid er på udkig efter vin og øl.
31 Lad dig ikke lokke af den perlende vin,
    uanset hvor godt den smager,
32 for bagefter bider den som en slange,
    den er giftig som en hugorm.
33 Dine øjne ser de underligste ting,
    og din mund taler mystiske ord.
34 Du slingrer som en sømand på et skib i storm,
    der klynger sig ør til en svajende mast.
35 Når du kommer til dig selv igen, siger du:
„De må have banket mig,
    men jeg ænsede det ikke.
De må have slået mig,
    men jeg husker det ikke!
Når jeg er ovre den her brandert,
    må jeg se at få noget at drikke!”

Het Boek

Spreuken 23

1Wanneer u bij een hooggeplaatste aan tafel zit, let dan op wat u wordt voorgezet.
Beheers u als u een liefhebber van lekker eten bent,
laat u niet het hoofd op hol brengen door dat heerlijke eten, want weelde is maar al te verlokkelijk.
Doe geen moeite rijk te worden, u kunt uw gaven beter voor iets anders gebruiken.
Staar u niet blind op rijkdom, die in feite niets voorstelt. Rijkdom is ook maar vergankelijk. Zoals een vogel opvliegt, kan het weer verdwijnen.
Eet niet bij een vrekkig en jaloers mens, staar u niet blind op al zijn heerlijke eten.
Hij houdt zijn gedachten voor zichzelf en al nodigt hij u vriendelijk uit, in zijn hart meent hij dat niet.
U zou er spijt van krijgen dat u daar gegeten hebt en uw vriendelijke woorden zouden zijn verspild.
Praat niet tegen een dwaas, want hij heeft geen enkele waardering voor de wijsheid van uw woorden.
10 Houd u aan de morele grenzen die al van oudsher gelden en blijf van de bezittingen van wezen af.
11 Want God, hun Verlosser, is sterk, Hij zal hen tegen u in bescherming nemen.
12 Open uw hart voor wijze lessen en spits uw oren als er verstandig wordt gesproken.
13 Aarzel niet een jongen te straffen, van een pak slaag gaat hij echt niet dood.
14 Door hem af en toe te straffen kunt u hem voor de ondergang behoeden.
15 Mijn zoon! Reken maar dat ik blij ben als ik zie dat je je verstandig gedraagt.
16 Als ik je oprechte dingen hoor zeggen, zindert de blijdschap door mij heen.
17 Wind je niet op over zondaars, leef voortdurend in eerbiedig ontzag voor de Here.
18 Want je kunt er zeker van zijn dat je een beloning wacht, je komt niet bedrogen uit als je op God vertrouwt.
19 Luister goed, mijn jongen! Wees verstandig en richt je volledig op Gods wil voor je leven.
20 Houd je afzijdig van drinkebroers en veelvraten,
21 want dat soort mensen staat armoede te wachten, hun roes brengt hen tot de bedelstaf.
22 Luister naar je vader die je heeft verwekt, en kijk niet op je moeder neer, wanneer zij oud geworden is.
23 Maak je de waarheid eigen tot elke prijs en houd haar, koste wat het kost, vast. Hetzelfde geldt voor wijsheid, onderwijzing en verstand.
24 Een rechtvaardige zoon doet zijn vader enorm veel plezier. Wie een wijze zoon krijgt, mag blij en dankbaar zijn.
25 Maak je vader blij en ook je moeder die jou ter wereld bracht.
26 Mijn zoon, stel je hart voor mij open en let goed op hoe ik leef.
27 Want een hoer is een diepe, verraderlijke gracht en een vrouw die niet van jou is, is een smalle put waaruit geen ontsnapping mogelijk is.
28 Als een rover loert zij rond en zij is de oorzaak dat velen God ontrouw worden.
29 Wie klagen steen en been? Wie maken doorlopend ruzie en raken zonder reden verwond? Wie bekijken de wereld door roodomrande ogen?
30 Dat zijn de mensen die zich tot in de kleine uurtjes te buiten gaan aan wijn en sterke drank.
31 Verlang niet naar de wijn, die rood fonkelt en heerlijk geurt in de beker, die drinkt wel heel gemakkelijk,
32 maar bijt uiteindelijk als een slang en spuwt gif als een adder.
33 Dan ga je kijken naar dingen die niet van jou zijn, en je mond zal vuile taal spuien.
34 Je voelt je dan alsof je op een schip bent en alles draait om je heen.
35 Je zult zeggen: ‘Ze hebben me geslagen en op me losgebeukt zonder dat ik iets merkte. Wanneer word ik weer wakker? Ik ben hard toe aan een slokje wijn.’