Bibelen på hverdagsdansk

Jeremias 8

Falske ledere har forført Guds folk

1Når fjenderne kommer, vil de åbne gravene, hvor Judas konger, stormænd, præster, profeter og andre ligger. De vil sprede deres knogler ud på jorden, så de ligger utildækket under solen og månen og stjernerne, som de i sin tid tilbad og søgte råd hos. Der vil de ligge og blive til gødning. Nogle få af mit oprørske folk vil overleve og blive sendt i eksil, men de vil ønske de var døde,” siger Herren, den Almægtige.

Derefter bad Herren mig sige følgende til folket: „Hør, hvad Herren siger: Når man falder, skynder man sig så ikke at komme på benene igen? Og når man er gået i den forkerte retning, vender man så ikke straks om, når man opdager det? Hvorfor bliver Jerusalems indbyggere så ved med at gøre oprør? Hvorfor nægter de at vende om fra deres vantro? Jeg lytter opmærksomt til deres samtaler, men ingen siger et sandt ord. Ingen angrer deres synd eller indrømmer deres fejltagelser. Nej, de styrter sig hovedkulds ud i synden som stridsheste, der stormer frem til kamp. Selv storken ved, hvornår den skal trække bort, og det samme gælder duen, tranen og svalen. Hvert år vender de tilbage i rette tid. Men mit folk? De er ligeglade med mine befalinger.

Hvordan kan I påstå, at I er kloge og kender mine love, når jeres skriftlærde har løjet for jer og fordrejet dem? Men jeg vil lukke munden på dem og straffe dem. Hvad visdom er der i at forkaste Herrens ord? 10 Jeg overdrager deres koner og ejendom til andre, fordi de alle kun er ude på at skrabe til sig, så meget de kan. Selv præsterne og profeterne er fulde af løgn. 11 De behandler dybe sår, som var det ufarlige rifter. ‚Det sker der ikke noget ved,’ forsikrer de, men de tager grueligt fejl. 12 De skal straffes for deres afskyelige afgudsdyrkelse, for de har ikke skam i livet. Derfor skal de dø ligesom alle de andre, siger Herren. 13 Da jeg ville høste, var der ingen druer på vinstokkene og ingen figner på figentræerne. Alle bladene var visne. Derfor sender jeg en fjende, som skal trampe dem ned.”[a]

14 Da vil folket sige: „Hvad venter vi på? Kom, lad os samles i de befæstede byer, for vi vil ikke dø uden kamp. Vores Gud, Herren, har fældet dødsdom over os og rakt os giftbægeret som straf for vores synder. 15 Vi havde håbet på fred og bedre tider, men nu er ulykken over os. 16 Fjendens hær kan allerede høres i Dan, hele landet skælver af angst. Fjenderne er på vej for at ødelægge landet, lægge byerne i ruiner og slå hele befolkningen ihjel.”

17 „Ja,” siger Herren, „jeg sender en hær imod jer som utæmmelige giftslanger, der dræber jer med deres bid.”

Jeremias sørger over Judas synder

18 Da udbrød jeg: „Mit hjerte er knust af sorg! 19 Hør folkets fortvivlede skrig ud over landet.

‚Hvor er Herren blevet af?’ råber de. ‚Hvorfor har han forladt sit tempel i Jerusalem?’

Men Herren vil svare: ‚Hvorfor vakte I min vrede med jeres afgudsbilleder og tomme ritualer?’

20 ‚Ak,’ råber folket til Herren, ‚tiden er gået, og nu er det for sent.[b] Hvorfor greb du ikke ind og reddede os?’ ”

21 Jeg er fortvivlet over mit folks ulykke. Jeg er knust, utrøstelig og stum af sorg. 22 Er der ingen salve tilbage i Gilead? Er der ingen læge, der kan lindre smerten? Er der slet ingen redning for mit folk? 23 Jeg ville ønske, jeg havde et hav af tårer, for så kunne jeg græde dag og nat over Jerusalems dræbte indbyggere.

Notas al pie

  1. 8,13 Teksten er uklar.
  2. 8,20 Ordret „Høsten er overstået, og sommeren er forbi”. Det er en talemåde for, at tiden er forspildt.

Het Boek

Jeremia 8

Misleid door valse leraren

1‘Dan,’ zegt de Here, ‘zal de vijand de graven van de koningen van Juda, van de bestuurders en priesters en van de profeten en het volk van Jeruzalem openbreken. Hun beenderen zullen zij uitgraven en over de grond verspreiden voor de zon, de maan en de sterren—de goden van mijn volk!—van wie zij hielden en die zij om raad vroegen en vereerden. Hun beenderen zullen niet weer worden verzameld of begraven, maar als vuilnis op de grond blijven liggen. En zij die van dit slechte volk nog in leven zijn, zullen naar de dood verlangen. Waar Ik ze ook heen zal verbannen, ze zullen liever sterven dan leven,’ zegt de Here van de hemelse legers.

4,5 ‘Geef hun dit bericht van de Here: als iemand valt, staat hij toch op? Als hij op de verkeerde weg is en ontdekt dat hij fout zit, gaat hij terug naar de kruising waar hij de verkeerde kant op ging. Waarom blijft Jeruzalem gewoon het slechte pad volgen, ook al waarschuw Ik haar? Zij houdt vast aan bedrog en weigert zich te bekeren. Ik luister naar haar gesprekken en wat hoor Ik? Zou er iemand zijn die berouw heeft van zijn zonde? Zegt iemand: “Wat voor vreselijks heb ik gedaan?” Nee hoor, ze rennen allemaal hals over kop langs het pad van de zonde, zo snel als paarden die naar het slagveld galopperen! De ooievaar weet precies wanneer hij aan zijn trek moet beginnen, net als de tortelduif en de zwaluw. Zij trekken weg en komen allemaal terug op de tijd die God heeft vastgesteld. Maar mijn volk niet! Dat negeert de wetten van de Here. Hoe kunt u zeggen dat u wijs bent omdat u de wet van de Here hebt, als uw leraren die hebben verdraaid tot iets dat Ik nooit heb gezegd? Deze wijze leraren van u zullen voor schut worden gezet vanwege deze zonde, diep bedroefd zullen zij zijn en gevangen in hun eigen valstrik. Zij hebben het woord van de Here veracht, hoe kunnen zij dan wijs zijn? 10 Ik zal hun vrouwen en akkers aan anderen geven. Het zijn allemaal bedriegers, groot en klein, profeet en priester. Want ze zijn alleen op hun eigen voordeel uit. 11 Zij geven waardeloze medicijnen voor de diepe wond van mijn volk, want zij verzekeren iedereen dat het vrede is, maar dat is niet zo! 12 Schamen zij zich dan niet dat zij afgoden vereren? Nee hoor, helemaal niet, ze weten niet eens hoe zij zich moeten schamen! Daarom zal Ik ervoor zorgen dat zij tussen de gesneuvelden komen te liggen. Ik zal hen bezoeken met de dood. 13 Het zal gedaan zijn met hun goede oogsten. Hun vijgen en druiven zullen verdwijnen, hun fruitbomen zullen verdorren en alle goede dingen die Ik hun had gegeven, zullen van hen worden afgenomen.’

14 Dan zullen de mensen zeggen: ‘Waarom zouden we hier op onze dood wachten? Vooruit, laten we naar de ommuurde steden gaan en daar omkomen. Want de Here, onze God, heeft ons lot bezegeld en ons een beker met vergif te drinken gegeven, vanwege al onze zonden. 15 Wij verwachtten vrede, maar er kwam geen vrede. We hoopten op genezing, maar er was alleen diepe ellende.’ 16 ‘Het oorlogsgeweld klinkt op vanaf de noordgrens. Het hele land beeft bij de verschijning van het vreselijke leger, want de vijand is in aantocht en loopt het hele land onder de voet, mensen en steden, niets uitgezonderd. 17 Want Ik zal deze vijandelijke troepen onder u loslaten als giftige slangen waartegen geen bezwering mogelijk is. Wat u ook doet, zij zullen u bijten en u zult sterven,’ zegt de Here.

18 Ik ben ontroostbaar, mijn hart is gebroken. 19 Luister naar het huilen van mijn volk, overal in het land. ‘Waar is de Here?’ vragen zij. ‘Heeft God ons verlaten?’ ‘O, waarom hebben zij Mij zo toornig gemaakt met hun waardeloze afgodsbeelden?’ geeft de Here als antwoord. 20 De oogst is voorbij, de zomer loopt ten einde en wij zijn niet gered.

21 Ik huil om de verwoesting van mijn volk, ik ben in de rouw en verlamd door angst. 22 Is er nergens een medicijn in Gilead? Is er geen dokter? Waarom is de wond van mijn volk niet genezen?