Bibelen på hverdagsdansk

Hoseas 1

Israels utroskab samt et løfte om genoprettelse

11-2 Hoseas, Beʼeris søn, modtog følgende profetiske budskaber fra Herren, mens henholdsvis Uzzija, Jotam, Ahaz og Hizkija var konge i Juda. Herren begyndte at tale til Hoseas, mens Jeroboam II, søn af Joash, var konge i Israel. Han sagde: „Gå hen og gift dig med en prostitueret, som har uægte børn. Det er et billede på Israels folk, som er mig utro, idet de har forladt mig for at tilbede fremmede guder.”

Så giftede Hoseas sig med Gomer, en datter af Diblajim. Hun blev gravid og fødte ham en søn. Da sagde Herren til Hoseas: „Kald din søn Jizreʼel, for jeg vil snart straffe Jehus efterkommere for massakren ved byen Jizreʼel og gøre ende på Israels rige. På Jizreʼels slette vil de lide nederlag.”

Snart fik Gomer endnu et barn, og denne gang var det en datter. Herren sagde til Hoseas: „Kald hende Nådesløs, for jeg vil ikke længere vise nåde over for Israel. Jeg kan ikke blive ved med at se igennem fingre med deres utroskab. Derimod vil jeg vise nåde over for Judas folk og redde dem fra deres fjender. Det er ikke på grund af deres militære styrke, jeg giver dem sejr, men fordi jeg er deres Gud.”

Efter at Gomer havde vænnet Nådesløs fra, blev hun gravid igen og fødte endnu en søn. Og Herren sagde: „Kald ham Ikke-Mit-Folk, for Israel er ikke mit folk, og jeg er ikke deres Gud.

Het Boek

Hosea 1

Hoseaʼs vrouw en kinderen

1Hosea, de zoon van Beëri, ontving verscheidene boodschappen van de Here. Dat was in de tijd dat de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Jehiskiaover Juda regeerden en dat koning Jerobeam, de zoon van Joas, over Israël regeerde.

Dit is de eerste boodschap van de Here.

De Here zei tegen Hosea: ‘Trouw met een vrouw die prostituee is en kinderen heeft die door andere mannen verwekt zijn. Dit zal een voorbeeld zijn van de manier waarop mijn volk Mij ontrouw is geweest. Want het heeft openlijk overspel gepleegd door afgoden te vereren.’ Toen trouwde Hosea met Gomer, de dochter van Diblaïm. Zij raakte in verwachting en schonk het leven aan een zoon. De Here zei: ‘Noem het kind Jizreël, want het duurt niet lang meer of Ik zal in het dal van Jizreël wraaknemen op Jehuʼs koningshuis voor de moorden die Jehu heeft begaan. Ja, Ik zal zelfs een einde maken aan de positie van Israël als onafhankelijk koninkrijk. In het dal van Jizreël zal Israël een verpletterende nederlaag lijden.’

Gomer raakte opnieuw in verwachting en deze keer was het een dochter. God zei tegen Hosea: ‘Noem haar Lo-Ruchama (Geen medelijden meer), want Ik zal geen medelijden meer hebben met Israël of haar weer vergeven. Maar Ik zal Mij wél het lot aantrekken van het volk van Juda. Ik, die haar God ben, zal haar verlossen van haar vijanden, zonder hulp van haar troepen of wapens.’ Toen Gomer Lo-Ruchama niet meer zelf voedde, werd zij voor de derde keer zwanger en bracht een zoon ter wereld. God zei: ‘Geef hem de naam Lo-Ammi (Niet mijn volk), want Israël is niet van Mij en Ik ben niet haar God. 10 Toch zal eens de tijd komen waarin Israël zal uitgroeien tot een groot volk. Er zullen meer mensen zijn dan iemand ooit kan tellen, zoveel als het zand aan het strand! Op de plaats waar gezegd werd: “U bent niet mijn volk,” zal Ik dan zeggen: “U bent mijn kinderen, kinderen van de levende God.” 11 Dan zullen het volk van Juda en dat van Israël zich verenigen en één leider over zich aanstellen. Samen zullen zij terugkeren uit ballingschap. Wat zal dat een grandioze dag zijn, als God zijn volk weer zal uitzaaien op de vruchtbare grond van hun eigen land!’

12 O Jizreël, geef uw broers en zusters een nieuwe naam. Noem uw broers nu Ammi (Mijn volk) en uw zusters Ruchama (Medelijden).