Bibelen på hverdagsdansk

Amos 6

1Ve jer, der tager den med ro i Jerusalem og lever sorgløst i Samaria. I betragter jer selv som de bedste ledere i det bedste land, og Israels folk kommer til jer for at få råd og hjælp. Men tænk på, hvordan det er gået Kalno[a] og den tidligere storby Hamat. Og hvad med filisterbyen Gat? Når de blev lagt i ruiner, hvad så med jer? Er jeres byer og lande bedre end deres? I tror, at dommen er langt borte, men jeres handlinger bringer den tæt på.

I nyder livet henslængt på jeres elfenbensudsmykkede senge og divaner. I frådser i fede lamme- og kalvestege, mens I synger viser og spiller på lyrer fra Davids tid. I drikker vin af de hellige offerskåle og bruger de bedste aromatiske olier på jer selv i stedet for at faste og sørge over Israels forfald. Derfor skal I blive de første, som føres i eksil. Jeres lystige fester får en brat ende.

Herren, den almægtige Gud, har svoret ved sig selv: „Jeg hader Israels hovmod og foragter deres paladser. Derfor overgiver jeg deres by med alle dens indbyggere i fjendens hånd.”

Om så ti mænd skjuler sig i et hus, skal de alle dø. 10 Hvis en slægtning kommer for at hente de døde i huset og begrave dem, råber han måske ind i huset, om der er flere tilbage. Hvis svaret er: „Nej!” vil han sige: „Pas på, nævn ikke Herrens navn, for at han ikke skal høre dig!” 11 For når først Herren har afsagt sin dom, skal både små og store huse jævnes med jorden.

12 Lader man heste galopere på klipper? Lader man okser pløje havet? Men I har stik imod al fornuft vendt retten til uret og erstattet det gode med det onde. 13 I praler over at have besejret de magtesløse og er stolte over, hvad I har kunnet udrette i egen kraft.

14 „Åh, Israels folk,” siger Herren, den almægtige Gud. „Jeg sender et fremmed folk imod jer. De vil hærge jeres land fra Lebo-Hamat i nord til Arabadalen mod syd.”

  1. 6,2 Eller: „Kalne”, se Es. 10,9.

Het Boek

Amos 6

De valse glorie van Israël

1Wee de mensen die zorgeloos in Jeruzalem en Samaria leven, die beroemd zijn en vereerd worden door het volk van Israël. Ga maar eens naar Kalne en kijk wat daar is gebeurd, ga daarna naar het grote Hamath en vandaar naar het lager gelegen Gath in het land van de Filistijnen. Eens waren zij beter en groter dan u, maar kijk eens wat er nu van hen is geworden. U wilt niet denken aan de straf die u te wachten staat, maar u brengt door uw daden de dag van het oordeel alleen maar dichterbij. U ligt omringd door luxe op ivoren banken en eet het vlees van de malste lammeren en de beste kalveren. U zingt nietszeggende liedjes bij de muziek van de harp en denkt dat u net zulke goede muzikanten bent als koning David was. U drinkt liters wijn en smeert zoetgeurende zalven op uw lichaam, zonder er bij stil te staan dat het rijk op instorten staat. Daarom zult u tot de eerste ballingen behoren, plotseling zal er een einde komen aan uw mooie leventje.

De Oppermachtige Here, de God van de hemelse legers, heeft bij zijn eigen naam gezworen: ‘Ik walg van de trotse en valse glorie van Israël en haat haar prachtige huizen. Ik zal deze stad en alles wat zich erin bevindt, aan haar vijanden in handen geven.’ Ook al zijn er nog maar tien van hen over of staat nog maar één huis overeind, dan zullen die ook nog verdwijnen. 10 Iemands oom zal als enige overblijven om hem te begraven of te verbranden. Als hij naar binnen gaat om zijn lijk uit het huis te halen, zal hij de andere overlevende daar vragen: ‘Zijn er nog meer overlevenden bij u?’ Het antwoord zal luiden: ‘Nee,’ en hij zal daaraan toevoegen: ‘Sst… noem de naam van de Here niet. Hij zou je eens kunnen horen.’ 11 Want de Here beval dit: ‘Alle huizen, groot en klein, zullen met de grond worden gelijkgemaakt. 12 Kunnen paarden op de rotsen rennen? Kunnen runderen de zee ploegen? Dat klinkt dom, maar het is net zo dom dat u een loopje neemt met het recht en dat u alles wat goed en juist moet zijn, verzuurt en vergiftigt. 13 Het is dom u te verheugen over uw grootheid, terwijl u helemaal niets voorstelt! En trots te zijn op uw eigen nietige kracht! 14 Israël, Ik zal een land op u afsturen dat u van uw noordelijke grens tot uw uiterste zuidpunt zwaar zal onderdrukken, overal, van Hamath tot aan de beek van Araba,’ zegt de Here, de God van de hemelse legers.