La Bible du Semeur

Psaumes 86

Viens me sauver

1Prière de David.

Tends vers moi ton oreille, |Eternel, réponds-moi,
car je suis pauvre et affligé.
Viens protéger ma vie, |car je te suis attaché.
Toi mon Dieu, sauve-moi : |je suis ton serviteur, |je me confie en toi.
O Seigneur, fais-moi grâce !
Je crie vers toi sans cesse.
Réjouis ton serviteur,
car c’est vers toi, Seigneur, |que je me porte.
Car tu es bon, Seigneur, |et prompt à pardonner,
riche en amour |pour tous ceux qui t’invoquent.
Ecoute ma prière, |ô Eternel !
Sois attentif |à mes supplications !
Au jour de ma détresse, |c’est vers toi que je crie,
car tu me répondras.

Parmi les dieux, Seigneur, |nul n’est semblable à toi !
Aucun ne pourrait accomplir |des œuvres semblables aux tiennes.
Tous les peuples que tu as faits
viendront se prosterner |devant toi, ô Seigneur,
et ils te rendront gloire[a].
10 Car tu es grand, |et tu accomplis des prodiges !
C’est toi seul qui es Dieu.

11 Enseigne-moi, ô Eternel, |la voie que tu veux que je suive,
et je me conduirai |selon ta vérité.
Accorde-moi un cœur |tel qu’il te craigne sans partage.
12 De tout mon cœur, |je te louerai,
Seigneur mon Dieu, |je te rendrai |gloire à toujours.
13 Car ton amour |pour moi est grand,
et toi, tu me délivres |du gouffre du séjour des morts.

14 O Dieu, des hommes arrogants |se dressent contre moi,
une bande de violents |en veulent à ma vie.
Il n’y a pas de place |pour toi dans leurs pensées.
15 Mais toi, Seigneur, |tu es un Dieu compatissant |et disposé à faire grâce ;
toi, tu es lent à la colère, |riche en amour fidèle[b].
16 Tourne-toi donc vers moi |et fais-moi grâce !
Accorde-moi ta force, |à moi qui suis ton serviteur.
Oui, viens sauver |le fils de ta servante.
17 Accorde-moi un signe |de ta bonté.
Que ceux qui me haïssent |le voient et soient couverts de honte !
Car c’est toi, Eternel, |qui es mon aide |et mon consolateur.

Notas al pie

  1. 86.9 Cité en Ap 15.4.
  2. 86.15 Voir Ex 34.6 ; Né 9.17 ; Jr 2.13 ; Ps 103.8 ; 145.8.

Het Boek

Psalmen 86

1Een gebed van David.

Buig U tot mij over, Here,
en geef mij antwoord.
Ik ben in grote moeilijkheden
en zeer te beklagen.
Bescherm mij,
ik heb immers diep ontzag voor U?
U bent mijn God.
Bevrijd uw dienaar
die zijn vertrouwen op U stelt.
Mijn God, geef mij uw genade.
De hele dag door roep ik naar U.
Geef mij uw vreugde, mijn God,
ik richt mij helemaal op U.
Here, U bent zo goed
en vergeeft graag.
Ieder die U aanroept,
mag zich koesteren in uw goedheid en liefde.
Here, luister toch naar mijn gebed,
neem mijn smeken ter harte.
In tijden van grote moeite en zorgen
roep ik naar U,
omdat U mij altijd antwoord geeft.
Geen van de afgoden
kan zich met U meten, Here.
Niemand kan uw werk evenaren.
Eenmaal zullen alle volken,
die allemaal door U zijn gemaakt,
naar U toekomen
en voor U neerknielen, Here.
Dan zullen zij allemaal
uw naam eren.
10 Want U bent een grote God
en U doet wonderen.
Alleen U, mijn God, kunt dat doen.
11 Here, leer mij hoe ik uw wil kan doen,
zodat ik oprecht zal leven.
Geef dat ik niet innerlijk verdeeld zal zijn,
maar alleen U zal dienen.
12 Here, mijn God,
ik wil U met mijn hele hart prijzen
en altijd alleen uw naam de eer geven.
13 U bewijst mij zoveel goedheid en liefde,
U hebt mij gered van de godverlatenheid.
14 Help mij, God,
want mijn tegenstanders keren zich tegen mij.
Misdadigers willen mij doden.
Aan U denken zij niet.
15 Here, U bent een God die genade geeft
en vol medelijden en liefde naar mij omziet.
Ook bent U heel geduldig
en toont mij uw liefde, goedheid en trouw.
16 Kom naar mij toe en geef mij uw genade.
Geef uw dienaar kracht
en bevrijd de zoon van uw dienares.
17 Laten mijn vijanden zien dat U mij helpt en redt.
Dan zullen zij zich schamen
omdat U, Here, mij hebt geholpen en getroost.