La Bible du Semeur

Psaumes 64

Protège-moi !

1Au chef de chœur. Psaume de David.

O Dieu, écoute |ma voix plaintive,
protège-moi |d’un ennemi |qui me fait peur,
et mets-moi à l’abri |des complots des méchants,
de la troupe tumultueuse |de malfaisants.
Comme une épée, |leur langue est aiguisée
et ils décochent |leurs propos venimeux |comme des flèches !
Ils tirent depuis leur cachette |sur l’innocent,
ils le visent soudain, |sans éprouver |la moindre crainte.
Ils s’enhardissent |pour de mauvais desseins,
ils se concertent |pour bien cacher leurs pièges,
en se disant : |« Qui s’en apercevra ? »
Chacun combine |des mauvais coups. |« Nous voici prêts,
notre plan est au point ! »
Oui, la pensée intime, |le cœur de l’homme |est un gouffre profond.

Mais Dieu leur lance |soudain des flèches.
Ils sont frappés :
leur propre langue |cause leur chute.
En les voyant, |chacun secoue la tête[a],
10 et tous les hommes |sont pris de crainte
et ils proclament |l’œuvre de Dieu
en tirant la leçon |de ses actions.
11 Qu’en l’Eternel, |le juste trouve |sa joie et son refuge,
et tous les hommes au cœur droit |s’en féliciteront.

Notas al pie

  1. 64.9 Signe de mépris (voir 22.8).

Het Boek

Psalmen 64

1Een psalm van David voor de koordirigent.

Luister naar mij, o God,
als ik met mijn zorgen bij U kom.
Bescherm mijn leven
tegen de aanvallen van de vijand.
Verberg mij
als de misdadigers iets tegen mij beramen,
als de zondaars het op mij gemunt hebben.
Zij scherpen hun tong alsof het een zwaard is
en schieten hun boosaardige taal als pijlen op mij af.
Vanuit hun schuilplaats schieten zij op onschuldigen.
Niets en niemand ontzien zij.
Zij wagen het kwade dingen te doen
en spreken er zelfs over valstrikken te zetten.
Zij denken dat niemand hen ziet.
Zij zijn op slechte dingen uit en zeggen:
‘Nu is het zover, het plan is goed doordacht.’
Ja, het hart van de mens is ondoorgrondelijk.
Maar God kan hen onverwacht treffen.
Als Hij een pijl afschiet,
is het altijd raak, zij zijn gewond.
Zij struikelen over hun eigen woorden.
Wie hen ziet, schudt misprijzend het hoofd.
10 Dan zullen alle mensen ontzag hebben
voor God en voor alles wat Hij doet.
Met ontzag zien zij op naar zijn werk.
11 De oprechte mens verheugt zich in de Here
en vindt bij Hem bescherming.
Alle eerlijke mensen beroemen zich op Hem.