La Bible du Semeur

Psaumes 37

Le témoignage de l’expérience[a]

1De David.

Ne t’irrite pas contre les méchants!
Ne jalouse pas ceux qui font le mal!
Car, rapidement, comme l’herbe aux champs, ils seront fauchés
et se faneront comme la verdure.

Mets en l’Eternel toute ta confiance! Fais ce qui est bien,
et, dans le pays, tu demeureras et tu jouiras de bons pâturages en sécurité.
En Dieu, mets ta joie
et il comblera les vœux de ton cœur.

C’est à l’Eternel qu’il te faut remettre ta vie tout entière.
Aie confiance en lui et il agira.
Il fera paraître ta justice comme la lumière,
et ton droit comme le soleil à midi.

Demeure en silence devant l’Eternel. Attends-toi à lui,
ne t’irrite pas contre ceux qui réussissent dans leurs entreprises,
en mettant en œuvre de mauvais desseins.

Laisse la colère, calme ton courroux,
ne t’irrite pas, car, en fin de compte, tu ferais le mal.
Or, qui fait le mal sera retranché:
mais ceux qui comptent sur l’Eternel auront le pays comme possession.

10 D’ici peu de temps, fini le méchant!
Tu auras beau le chercher: il ne sera plus.
11 Mais ceux qui sont humbles[b] auront le pays comme possession[c],
et ils jouiront d’une grande paix.

12 Le méchant complote pour faire du tort au juste,
il grince des dents contre lui.
13 Pourtant l’Eternel se moque de lui,
car il voit venir le jour de sa perte.

14 Les méchants tirent l’épée,
ils bandent leur arc
pour tuer le pauvre et le défavorisé
et pour égorger tous les gens qui suivent la voie droite.
15 Mais leur propre épée leur transpercera le cœur,
et quant à leurs arcs, ils seront brisés.

16 Le peu que possède celui qui est juste
vaut bien mieux que la richesse de nombreux méchants.
17 Les méchants verront leur pouvoir brisé,
mais l’Eternel reste le soutien des justes.
18 L’Eternel tient compte de ce qu’est la vie des gens sans reproche[d],
et leur patrimoine demeure à jamais.
19 Pour eux, pas de honte au temps du malheur,
et, dans les jours de famine ils auront de quoi se rassasier.

20 Les méchants périssent
et les ennemis de l’Eternel sont comme les fleurs des prés:
ils disparaîtront; comme une fumée, ils s’évanouiront.
21 Le méchant emprunte mais il ne rend pas;
le juste a pitié, il est généreux.
22 Ceux que Dieu bénit auront le pays comme possession[e],
mais ceux qu’il maudit seront retranchés.

23 Lorsque la conduite de quelqu’un lui plaît,
l’Eternel lui donne d’affermir sa marche dans la vie.
24 Il peut trébucher, mais il ne s’écroule pas:
l’Eternel le tient par la main.

25 Depuis ma jeunesse jusqu’à mon âge avancé,
jamais je n’ai vu celui qui est juste être abandonné,
ni ses descendants mendier leur pain.
26 Tout au long des jours, il a compassion et il prête aux autres.
Ses enfants seront en bénédiction.
27 Evite le mal, accomplis le bien:
tu demeureras pour toujours.
28 Car l’Eternel aime la droiture,
et il n’abandonne pas ceux qui lui sont attachés;
mais les malfaisants seront supprimés[f],
la postérité de tous les méchants sera retranchée;
29 tandis que les justes auront le pays comme possession.
Ils l’habiteront éternellement.
30 Des paroles sages sortent de la bouche de ceux qui sont justes,
et leur langue parle, selon la droiture.
31 Ils ont dans leur cœur la Loi de leur Dieu,
et ils ne trébuchent pas.

32 Le méchant épie le juste:
il cherche à le mettre à mort.
33 L’Eternel ne le livre pas en son pouvoir.
Il ne le laissera pas être condamné dans un jugement.

34 Attends-toi à l’Eternel, règle ta conduite selon ce qu’il a prescrit:
il t’honorera par la possession du pays.
Tu verras comment tous les malfaisants seront retranchés.

35 J’ai vu le méchant, dans sa violence,
croître comme un arbre florissant bien enraciné sur son sol natal.
36 Puis je suis passé par là[g]: voici qu’il n’est plus.
Et j’ai eu beau le chercher, il est introuvable.

37 Considère l’homme intègre,
oui, observe l’homme droit:
alors tu constateras que l’homme de paix a un avenir.
38 Au contraire les rebelles seront détruits tous ensemble,
et les méchants n’auront plus aucun avenir.

39 Le salut des justes vient de l’Eternel,
et il est leur forteresse aux jours de détresse.
40 Il leur vient en aide et il les délivre;
il les fait échapper aux méchants et les sauve
car ils ont cherché leur refuge en lui.

Notas al pie

  1. 37 Psaume alphabétique (cf. note 9.1).
  2. 37.11 Autre traduction: doux.
  3. 37.11 Cité enMt 5.5.
  4. 37.18 Autre traduction: L’Eternel veille sur chacun des jours des gens sans reproche.
  5. 37.22 Voir note v. 11.
  6. 37.28 mais les malfaisants seront supprimés : d’après l’ancienne version grecque, qui suppose la disparition d’un mot et la confusion entre deux lettres très ressemblantes par rapport au texte hébreu traditionnel qui porte: ils seront gardés éternellement. D’une part, la leçon de la version grecque permet de préserver le parallélisme entre les deux dernières lignes du verset. D’autre part, le terme manquant dans l’hébreu est nécessaire à la construction de l’acrostiche du psaume.
  7. 37.36 D’après un manuscrit de Qumrân et les version anciennes. Texte hébreu traditionnel: il a passé.

Het Boek

Psalmen 37

1Een lied van David.

Erger u niet aan zondaars,
aan mensen die slechte dingen doen.
Zij verdwijnen net zo snel als het gras
en verwelken als eendagsbloemen.
Stel heel uw vertrouwen op de Here
en doe wat Hij goed vindt.
Woon rustig in uw woonplaats
en zorg dat u in alles trouw bent.
Verheug u in de Here,
dan zal Hij u geven wat u nodig hebt
en waar u naar verlangt.
Vertel alles wat u bezighoudt aan de Here
en vertrouw Hem.
Hij zal in alles voor u zorgen.
Hij zal u openlijk recht verschaffen
en uw oprechtheid aan het licht brengen.
Word stil voor de Here
en verwacht alles van Hem.
Wees niet jaloers op wie slechte plannen beraamt
en wie het ogenschijnlijk goed gaat.
Word niet boos
en laat elke vorm van kwaadheid schieten,
wees ook nooit jaloers,
want dat brengt u van kwaad tot erger.
Eenmaal worden alle zondaars vernietigd,
maar wie uitzien naar de Here,
zullen alles ontvangen wat zij nodig hebben.
10 Nog een klein poosje
en dan zal de zondaar zijn verdwenen,
dan zoekt u hem
en ziet u hem niet meer.
11 Maar wie nederig van hart is,
zal in het land mogen wonen
en genieten van een overvloedige vrede.
12 De goddeloze beraamt
slechte plannen tegen de gelovige,
hij kan hem niet verdragen.
13 Maar de Here lacht erom,
Hij weet dat zijn tijd is gekomen.
14 De zondaars grijpen naar de wapens
om arme mensen te doden
en de gelovigen te vernietigen.
15 Zij zullen echter door hun eigen geweld worden vernietigd
en hun wapens zullen kapot op de grond liggen.
16 Het is beter met een eerlijk hart
weinig te bezitten
dan veel rijkdom te hebben
en God niet te kennen.
17 Want de Here zal
de goddelozen machteloos maken
en oprechte mensen ondersteunen.
18 De Here zorgt voor zijn volgelingen
en er wacht hun een geweldige toekomst.
19 In moeilijke momenten
zal Hij hen niet in de steek laten.
Wanneer er hongersnood is,
zal Hij voor voedsel zorgen.
20 De goddeloze zal te gronde gaan.
De tegenstanders van de Here
zullen verdwijnen als bloemen op het veld,
in rook opgaan.
21 De goddeloze leent wel,
maar geeft nooit terug.
Maar de oprechte mens
bekommert zich om een ander
en geeft wat nodig is.
22 Het is werkelijk waar:
zij die door God gezegend zijn,
mogen in het land wonen en het bezitten.
Maar wie Hij vervloekt,
wordt vernietigd.
23 Als de Here instemt met iemands wijze van leven,
zal Hij hem bevestigen in alles wat hij doet.
24 Als zo iemand valt,
stort hij niet naar beneden,
omdat de Here zijn hand vasthoudt.
25 Gedurende mijn hele, lange leven
heb ik nog nooit een oprecht iemand gezien
die door de Here werd verlaten.
En ook diens kinderen ontbrak het aan niets.
26 Zo iemand bekommert zich om anderen
en geeft wat nodig is,
ook zijn kinderen helpen waar dat nodig is.
27 Houd u ver van het kwaad en doe wat goed is,
want dan zult u altijd in dit land kunnen wonen.
28 De Here heeft oprechtheid lief
en Hij zal zijn volgelingen nooit in de steek laten.
Hij zal hen altijd bewaren en beschermen.
Maar de goddelozen vernietigt Hij.
29 De oprechte mensen mogen het land in bezit nemen
en er altijd blijven wonen.
30 De oprechte mens spreekt wijze woorden
en alles wat hij zegt, is eerlijk.
31 In alles geldt voor hem de wet van God.
Hij raakt nooit uit zijn evenwicht.
32 De goddeloze zoekt naar een gelegenheid
om de oprechte mens te vermoorden.
33 De Here laat dat niet toe.
De Here zorgt ervoor dat hij,
als hij voor de rechter moet verschijnen,
niet wordt veroordeeld.
34 Zie onder alles uit naar de Here
en blijf op zijn weg.
Dan zal Hij u uitkiezen om het land in bezit te nemen
en er altijd te wonen,
en u zult de vernietiging van de goddelozen meemaken.
35 Ik zag eens een goddeloos mens.
Het leek heel wat
en hij breidde zich uit als een grote woekerplant,
36 maar opeens was hij weg.
Ik zocht nog naar hem,
maar kon hem niet vinden.
37 Kijk maar eens naar de gelovige
en let op de oprechte mens:
vredelievende mensen hebben de toekomst.
38 De zondaars worden echter allemaal vernietigd,
ook hun kinderen hebben geen toekomst.
39 Maar de redding van de oprechten komt van de Here,
Hij beschermt hen in moeilijke tijden.
40 De Here helpt hen ontkomen aan de goddelozen
en bevrijdt hen.
Dat komt doordat zij bij Hem schuilen.