La Bible du Semeur

Psaumes 141

Tiens-moi dans ta main!

1Psaume de David.

Eternel, je t’ai appelé! Viens en hâte à mon secours!
Prête l’oreille à ma voix quand je crie à toi!
Considère ma prière comme de l’encens[a] placé devant toi,
et mes mains tendues vers toi comme l’offrande du soir.

Que ma bouche, ô Eternel, reste sous ta surveillance!
Veille aux portes de mes lèvres!
Ne me laisse pas tendre vers le mal,
de peur que je commette des actions perverses
avec ceux qui font le mal,
ou que je prenne part à ce dont ils se repaissent!
Si le juste me reprend, il me prouve son amour.
Qu’il me fasse des reproches, c’est, sur ma tête, un parfum
que je ne refuse pas.
Mais aux méfaits des méchants, j’opposerai ma prière toujours à nouveau.

Que leurs chefs soient précipités contre les rochers;
Alors on écoutera mes paroles car elles sont appréciables.
Comme si on labourait et hersait la terre,
voici que nos os sont dispersés à l’orée du séjour des morts.

C’est vers toi, ô Eternel, qui es mon Seigneur, que se tournent mes regards;
je cherche en toi mon refuge.
Ne me laisse pas périr!
Garde-moi des pièges qu’ils ont tendus sous mes pas,
et des traquenards de ces malfaisants!

10 Que les méchants tous ensemble tombent dans leurs propres pièges
et que moi je passe sur le chemin sans dommage.

Notas al pie

  1. 141.2 Voir Ap 5.8.

Het Boek

Psalmen 141

1Een psalm van David.

Och Here, ik schreeuw het uit tot U, kom mij snel te hulp.
Luister naar mijn stem als ik U aanroep.
Laat mijn gebed U als een reukoffer bereiken.
Laten mijn opgeheven handen voor U als een avondoffer zijn.
Here, help mij niet te snel te spreken,
zorgt U ervoor dat geen verkeerd woord over mijn lippen komt.
Laat mijn hart het kwade uit de weg gaan,
zorg dat ik nooit goddeloze dingen doe.
Houd mij ver van de misdadigers
en help mij de verleiding te weerstaan
om te delen in hun overvloed.
Als ik word geslagen door iemand die oprecht is,
weet ik dat hij het uit liefde doet.
Als hij mij terechtwijst,
doet mij dat goed.
Ik zal er op letten.
Ik zal blijven bidden,
ook als men mij kwaad doet.
Al vallen zij in de handen van hun rechters,
dan nog zullen zij mij alleen maar goede dingen horen zeggen.
Zoals een rots zich splijt en de aarde openscheurt,
zo liggen onze beenderen verspreid
voor de ingang van het dodenrijk.
Ik kijk alleen maar uit naar U, Here, mijn God.
Ik weet dat U mij beschermt, lever mij niet aan hen uit.
Bescherm mij voor de strikken die zij hebben gezet,
voor de valkuilen die misdadigers voor mij hebben gegraven.
10 Ik hoop dat de ongelovigen zelf in die kuilen terechtkomen,
allemaal, terwijl ik eraan voorbij ga.