La Bible du Semeur

Psaumes 130

Du fond de la détresse

1Cantique pour la route vers la demeure de l’Eternel[a].

Du fond de la détresse je t’invoque, Eternel.
Seigneur, écoute-moi!
Sois attentif
à mes supplications!
O Eternel, si tu retiens nos fautes,
Seigneur, qui donc subsistera?
Mais le pardon se trouve auprès de toi
afin que l’on te craigne.

Moi, je m’attends à l’Eternel, oui, je m’attends à lui, de tout mon être,
j’ai confiance en sa parole.
Je guette le Seigneur
bien plus que les guetteurs attendent le matin,
oui, plus que les guetteurs attendent le matin.

O Israël, place ta confiance en l’Eternel,
car c’est auprès de lui que l’on trouve l’amour:
la délivrance abonde auprès de lui,
et c’est lui qui délivrera Israël de tous ses péchés[b].

Notas al pie

  1. 130.1 Voir note 120.1.
  2. 130.8 Voir Mt 1.21; Tt 2.14.

Het Boek

Psalmen 130

1Een bedevaartslied.

Ik zit zo diep in de put, Here,
en ik roep naar U.
Luister naar mij, Here.
Laten uw oren naar mij luisteren.
Here, als U al onze zonden blijft onthouden,
kunnen wij immers niet blijven leven?
Maar ik weet dat U vergeeft,
zodat iedereen ontzag voor U zal hebben.
Ik verwacht alles van de Here.
Ik ken zijn woord en heb er alle vertrouwen in.
Ik zie uit naar de Here.
Ik zie naar Hem uit met nog meer verlangen
dan de nachtwachter uitkijkt naar de nieuwe morgen.
Laten de Israëlieten al hun vertrouwen op de Here stellen,
want de Here is rijk aan goedheid en liefde.
Hij zorgt voor de bevrijding.
Hij zal het volk Israël bevrijden
van al zijn zonden.