La Bible du Semeur

Nahoum 1:1-14

1Proclamation sur Ninive1.1 Capitale de l’Empire assyrien..

Livre de la révélation reçue par Nahoum, d’Elqosh1.1 Identification incertaine..

Colère et bonté de Dieu

2L’Eternel est un Dieu |qui ne tolère pas le mal |et qui le fait payer.

L’Eternel fait payer, |sa fureur est terrible.

Il fait payer ses adversaires,

il garde son ressentiment |contre ses ennemis.

3D’un côté, l’Eternel |est lent à la colère,

sa puissance est immense,

mais il ne laisse pas |le coupable impuni.

L’Eternel fraie sa route |dans l’ouragan et la tempête,

et les nuées sont la poussière |que soulèvent ses pieds.

4Il menace la mer |et il la met à sec,

il fait tarir les fleuves.

Le Basan et le Carmel dépérissent,

la flore du Liban se fane1.4 Le Basan, à l’est du Jourdain, le mont Carmel et le Liban étaient réputés pour leur fertilité..

5Les montagnes vacillent |à son approche,

les collines s’effondrent,

la terre se soulève |devant ses pas,

tout l’univers est bouleversé |avec ceux qui l’habitent.

6S’il se met en colère, |qui pourra subsister ?

Et qui tiendra |quand son courroux s’enflamme ?

Car sa fureur |se répand comme un incendie,

les rochers se renversent |à son approche.

7Mais l’Eternel est bon,

il est un sûr abri |au jour de la détresse,

et il prend soin de ceux |qui se confient en lui.

8Par un flot qui déborde,

il détruira Ninive |totalement,

et il repoussera |ses ennemis dans les ténèbres.

La détresse ne reparaîtra pas

(A Juda)

9Que complotez-vous donc |à l’encontre de l’Eternel ?

C’est lui qui est l’auteur |de destructions totales,

et la détresse |ne reparaîtra pas |une seconde fois.

10Ils sont pareils |à un fourré d’épines |enchevêtrées.

Tout imbibés qu’ils sont de vin,

ils seront consumés

totalement |comme du chaume sec.

(A Ninive)

11C’est de toi1.11 Peut-être Assourbanipal (669 à 627 av. J.-C.), le dernier grand roi assyrien, qui soumit l’Egypte et le royaume de Juda sous Manassé (voir 2 Ch 33.11-13). qu’est venu

celui qui, contre l’Eternel, |trame le mal,

et qui conçoit |des desseins criminels.

(A Juda)

12L’Eternel dit ceci :

Bien que vos ennemis |soient au complet et très nombreux,

ils n’en seront pas moins |moissonnés sans retour |et ils disparaîtront.

Si je t’ai humilié, |ô peuple de Juda,

je ne le ferai plus.

13Et je vais maintenant |briser le joug |qu’il fait peser sur toi,

j’arracherai tes chaînes.

(Au roi de Ninive)

14Mais quant à toi, |voici ce que décrète |l’Eternel contre toi :

Tu n’auras pas de descendance |qui perpétue ton nom.

Je ferai disparaître |du temple de tes dieux

les idoles taillées, |les statues de métal fondu,

je prépare ta tombe

car toi, tu ne vaux rien.

Het Boek

Nahum 1:1-15

Profetie over Nineve

1Dit is de profetie over Nineve die God aan Nahum uit Elkos heeft gegeven.

2God waakt met jaloezie over zijn eer. In zijn toorn neemt Hij wraak op alle mensen die tegen Hem in opstand komen. De Here vernietigt al zijn tegenstanders. 3De Here is erg geduldig, maar ook heel sterk en Hij laat niet ongestraft wie schuldig blijkt te zijn. Hij toont zijn kracht in wervelwinden en storm. De wolken zijn als stof onder zijn voeten. 4Op zijn bevel drogen de zee en de rivieren op. De malse weiden van Basan en Karmel verdorren, evenals de groene bossen van de Libanon. 5Bergen beven voor Hem, heuvels smelten weg. De aarde beeft en raakt uit haar evenwicht, haar bewoners worden vernietigd. 6Wie kan standhouden tegen deze wrekende God? Wie houdt zich staande bij zijn geweldige toorn, die is als vuur, rotsen springen erdoor aan stukken.

7De Here is goed. Hij is een helper in de nood, een schuilplaats voor allen die op Hem vertrouwen. 8Maar zijn vijanden vaagt Hij weg met een reusachtige watervloed, Hij jaagt hen de dood, de duisternis in. 9Wat voor plannen bent u tegen de Here aan het beramen? Hij zal er in één klap een eind aan maken, Hij zal geen tweede keer tegen u hoeven op te treden! 10Hij gooit zijn vijanden, die zich gedragen als een stel dronkemannen, in het vuur als een verwarde bos dorens. Als een bos droog stro vatten zij vlam en worden verbrand. 11Wat is die koning van u die een complot smeedde tegen de Here? Wat is dat voor een man die zulke boze plannen beraamt? 12‘Al bouwt hij een leger op van miljoenen soldaten,’ zegt de Here, ‘toch zal dat volledig worden vernietigd.’ Maar tegen zijn volk zegt Hij: ‘Ik heb u vernederd, maar zal u niet langer straffen. 13Ik zal uw boeien aan stukken breken en het juk van slavernij dat deze Assyrische koning u heeft opgelegd, van u afnemen.’ 14En tegen die koning zegt de Here: ‘Ik ga een eind maken aan het voortbestaan van uw vorstenhuis. Ik zal uw tempels met zijn gesneden en gegoten afgodsbeelden verwoesten. Ikzelf zal uw graf delven, want u bent het leven niet waard!’

15Kijk, daar komen de boodschappers langs de berghellingen naar beneden rennen met goed nieuws: ‘Het is weer vrede!’ Juda, vier vandaag feest en aanbid alleen de Here zoals u hebt beloofd! Want uw vijand uit Nineve zal nooit meer een voet in uw land zetten, hij is volkomen vernietigd.