Amplified Bible

Psalm 89

The Lord’s Covenant with David, and Israel’s Afflictions.

A skillful song, or a didactic or reflective poem, of Ethan the Ezrahite.

1I will sing of the goodness and lovingkindness of the Lord forever;
With my mouth I will make known Your faithfulness from generation to generation.

For I have said, “Goodness and lovingkindness will be built up forever;
In the heavens [unchangeable and majestic] You will establish Your faithfulness.”

[God has said] “I have made a covenant with My chosen one;
I have sworn to David My servant,

I will establish your seed forever
And I will build up your throne for all generations.” Selah.


The heavens (angels) praise Your wonders, O Lord,
Your faithfulness also in the assembly of the holy ones.

For who in the heavens can be compared to the Lord?
Who among the divine beings is like the Lord,

A God greatly feared and reverently worshiped in the council of the holy [angelic] ones,
And awesome above all those who are around Him?

O Lord God of hosts, who is like You, O mighty Lord?
Your faithfulness surrounds You [as an intrinsic, unchangeable part of Your very being].

You rule the swelling of the sea;
When its waves rise, You still them.
10 
You have crushed Rahab (Egypt) like one who is slain;
You have scattered Your enemies with Your mighty arm.

11 
The heavens are Yours, the earth also is Yours;
The world and all that is in it, You have founded and established them.
12 
The north and the south, You have created them;
Mount Tabor and Mount Hermon shout for joy at Your name.
13 
You have a strong arm;
Mighty is Your hand, Your right hand is exalted.
14 
Righteousness and justice are the foundation of Your throne;
Lovingkindness and truth go before You.
15 
Blessed and happy are the people who know the joyful sound [of the trumpet’s blast]!
They walk, O Lord, in the light and favor of Your countenance!
16 
In Your name they rejoice all the day,
And in Your righteousness they are exalted.
17 
For You are the glory of their strength [their proud adornment],
And by Your favor our horn is exalted.
18 
For our shield belongs to the Lord,
And our king to the Holy One of Israel.

19 
Once You spoke in a vision to Your godly ones,
And said, “I have given help to one who is mighty [giving him the power to be a champion for Israel];
I have exalted one chosen from the people.
20 
“I have found David My servant;
With My holy oil I have anointed him,
21 
With whom My hand shall be established and steadfast;
My arm also shall strengthen him.
22 
“The enemy will not outwit him,
Nor will the wicked man afflict or humiliate him.
23 
“I will crush his adversaries before him,
And strike those who hate him.
24 
“My faithfulness and My steadfast lovingkindness shall be with him,
And in My name shall his horn be exalted [great power and prosperity shall be conferred upon him].
25 
“I will also [a]set his hand on the [Mediterranean] sea,
And his right hand on the rivers [the tributaries of the Euphrates].
26 
“He will cry to Me, ‘You are my Father,
My God, and the rock of my salvation.’
27 
“I will also make him My firstborn (preeminent),
The highest of the kings of the earth.
28 
“My lovingkindness I will keep for him forevermore,
And My covenant will be confirmed to him.
29 
“His descendants I will establish forever,
And his throne [will endure] as the days of heaven.

30 
“If his children [b]turn away from My law
And do not walk in My ordinances,
31 
If they break My statutes
And do not keep My commandments,
32 
Then I will punish their transgression with the rod [of discipline],
And [correct] their wickedness with stripes.
33 
“Nevertheless, I will not break off My lovingkindness from him,
Nor allow My faithfulness to fail.
34 
“My covenant I will not violate,
Nor will I alter the utterance of My lips.
35 
“Once [for all] I have sworn by My holiness, [My vow which cannot be violated];
I will not lie to David.
36 
“His [c]descendants shall endure forever
And his throne [will continue] as the sun before Me.
37 
“It shall be established forever like the moon,
And the witness in the heavens is ever faithful.” Selah.

38 
But [in apparent contradiction of all this] You [the faithful Lord] have cast off and rejected;
You have been full of wrath against Your anointed.
39 
You have spurned and repudiated the covenant with Your servant;
You have profaned his crown [by casting it] in the dust.
40 
You have broken down all his [city] walls;
You have brought his strongholds to ruin.
41 
All who pass along the road rob him;
He has become the scorn of his neighbors.
42 
You have exalted the right hand of his foes;
You have made all his enemies rejoice.
43 
Also, You have turned back the edge of his sword
And have not made him [strong enough] to stand in battle.
44 
You have put an end to his splendor
And have hurled his throne to the ground.
45 
You have shortened the days of his youth;
You have covered him with shame. Selah.

46 
How long, O Lord?
Will You hide Yourself forever?
Will Your wrath burn like fire?
47 
Remember how fleeting my lifetime is;
For what vanity, [for what emptiness, for what futility, for what wisp of smoke] You have created all the sons of men!
48 
What man can live and not see death?
Can he rescue his soul from the [powerful] hand of Sheol (the nether world, the place of the dead)? Selah.

49 
O Lord, where are Your former lovingkindnesses [so abundant in the days of David and Solomon],
Which You swore to David in Your faithfulness?
50 
Remember, O Lord, the reproach of Your servants [scorned, insulted, and disgraced];
How I bear in [d]my heart the reproach of all the many peoples,
51 
With which Your enemies have taunted, O Lord,
With which they have mocked the footsteps of Your anointed.

52 
Blessed be the Lord forevermore!
Amen and Amen.

Notas al pie

  1. Psalm 89:25 I.e. extend his area of influence.
  2. Psalm 89:30 Lit forsake.
  3. Psalm 89:36 Lit seed.
  4. Psalm 89:50 Lit the fold of my garment.

Het Boek

Psalmen 89

1Een leerzaam gedicht van de Ezrahiet Ethan.

Ik wil alleen nog maar zingen
van de goedheid en genade van de Here,
van alles wat Hij voor mij heeft gedaan.
Van generatie op generatie
zal ik getuigen van uw trouw.
Ik zeg dan:
uw goedheid en liefde gelden eeuwig,
tot in de hemel blijkt hoe trouw U bent.
De Here zegt:
Ik heb een verbond gesloten
met de man die Ik heb uitgekozen,
dat heb Ik gezworen aan mijn dienaar David.
Ik zei tegen hem:
Ik zal uw nageslacht blijven zegenen,
van generatie op generatie
zullen uw kinderen op de troon blijven.
Here, daarom wordt uw grote macht
tot in de hemel geprezen.
Alle gelovigen loven U om uw trouw.
Kan in de hemel iemand
zich meten met de Here?
Is er op aarde
een god als onze Here?
God dwingt ontzag en respect af
van de heilige engelen die Hem omringen.
Here, God van de hemelse legers,
wie is zo groot en machtig als U?
Uw trouw omgeeft U.
10 U beheerst de woede van de zee,
als de golven hoog oprijzen, brengt U ze tot rust.
11 U hebt Egypte vernietigd
en al uw vijanden door uw kracht verspreid.
12 De hemel is van U
en ook de aarde behoort U toe.
U hebt de wereld en alles wat erop leeft, geschapen.
13 Van noord tot zuid hebt U alles gemaakt.
De bergen juichen U toe.
14 Uw arm is machtig en uw hand is sterk.
Uw rechterhand is de hoogste op aarde.
15 Alles wat U doet, is recht en rechtvaardig.
Goedheid, liefde en trouw
zijn alleen op U van toepassing.
16 Gelukkig is het volk dat U eert, Here,
zij gaan hun weg met U, in uw licht.
17 De hele dag prijzen zij uw naam
en dankzij uw rechtvaardigheid staan zij sterk.
18 Want U bent het kenmerk van hun kracht,
door uw liefde en goedkeuring ontvangen wij een hoge positie.
19 De Here beschermt ons
en de Heilige God van Israël is onze Koning.
20 In het verleden hebt U tegen uw volgelingen gezegd:
‘Ik heb mijn hulp toegezegd aan een dapper man,
één man uit uw volk koos Ik speciaal uit.
21 Ik vond mijn dienaar David
en heb hem met gewijde olie gezalfd.
22 Mijn hand zal hem ondersteunen
en mijn arm zal hem sterk maken.
23 De vijand zal hem niet in zijn macht krijgen
en geen misdadiger zal hem kwaad kunnen doen.
24 Integendeel, Ik zal zijn tegenstanders voor hem vernietigen.
Wie hem haten, zullen Mij tegenkomen.
25 Maar al mijn trouw en liefde zijn voor hem.
Dankzij Mij bekleedt hij een hoge positie.
26 Ik geef hem zelfs gezag over zeeën en rivieren.
27 Hij zal Mij zijn Vader noemen.
Ik zal zijn God zijn
en de rots waar hij zijn redding vindt.
28 Ik zal hem behandelen als een oudste zoon,
als een van de hoogste koningen op aarde.
29 Mijn goedheid en liefde zijn blijvend voor hem,
mijn verbond met hem kan niet meer worden verbroken.
30 Zijn nageslacht zal altijd blijven bestaan
en zijn troon is onaantastbaar.
31 Als zijn zonen mijn wetten negeren
en niet meer leven volgens mijn leefregels,
32 als zij mijn voorschriften ontwijden
en mijn geboden niet meer houden,
33 zal Ik hen straffen en allerlei plagen sturen.
34 Maar mijn goedheid en liefde voor hem
blijven onveranderd, Ik blijf hem trouw.
35 En ook mijn verbond met hem
blijf Ik trouw, dat is Mij heilig.
Wat Ik heb beloofd, zal Ik doen.
36 Ik heb het immers eens bij Mij Zelf gezworen!
Ik kan David niet in de steek laten.
37 Zijn nageslacht zal altijd voortleven
en zijn troon is onwankelbaar, net als de zon.
38 Net als de maan zal hij er altijd zijn,
want Hij die vanuit de hemel getuigt, is trouw.’
39 Maar toch hebt U uw uitverkorene
van U weggedaan en hem verworpen.
U bent boos op hem geworden.
40 U hebt uw verbond met uw dienaar vernietigd
en hem de kroon van het hoofd gestoten.
41 Zijn muren hebt U afgebroken
en zijn sterke burchten tot puin gemaakt.
42 Mensen die langskwamen
hebben zijn bezittingen geplunderd.
Zijn buren dreven de spot met hem.
43 Zijn tegenstanders bleken sterker
en zijn vijanden overwonnen hem.
44 Ook zijn zwaard gaf hem geen overwinning
en hij moest zich in de oorlogen gewonnen geven.
45 Er was geen eer meer voor hem over
en zijn troon hebt U omver geworpen.
46 Hij werd vroeg oud en werd met schande overladen.
47 Moet dit nog lang duren, Here?
Blijft U Zich voor mij verbergen?
Blijft uw toorn branden als het heetste vuur?
48 Denk er alstublieft aan
dat ik maar een vergankelijk mens ben.
U hebt de mensen Zelf geschapen,
dus U weet hoe kort zij leven.
49 Er is immers geen mens die niet zal sterven?
Niemand kan toch ontkomen aan het dodenrijk?
50 Waar zijn nu de blijken van uw genade, Here?
U hebt die eens aan ons toegezegd,
zelfs met een eed aan David gezworen.
51 Kijk toch, Here, hoe uw dienaren worden bespot
en hoe alle volken ons uitlachen.
52 Hoe ook uw tegenstanders de spot met ons drijven, Here.
Zij drijven de spot met hem die door U tot koning is gezalfd!
53 Alle lof en eer is voor de Here, tot in eeuwigheid.
Laat ieder die dit hoort daarmee instemmen.
Amen.