Amplified Bible

Psalm 76

The Victorious Power of the God of Jacob.

To the Chief Musician; on stringed instruments. A Psalm of Asaph. A Song.

1God is known in Judah;
His name is great in Israel.

His tabernacle is in Salem (Jerusalem);
His dwelling place is in Zion.

There He broke the flaming arrows,
The shield, the sword, and the weapons of war. Selah.


You are glorious and resplendent,
More majestic than the mountains of prey.

The stouthearted have been stripped of their spoil,
They have slept the sleep [of death];
And none of the warriors could use his hands.

At Your rebuke, O God of Jacob,
Both rider and horse were cast into a dead sleep [of death].

You, even You, are to be feared [with the submissive wonder of reverence];
Who may stand in Your presence when once You are angry?


You caused judgment to be heard from heaven;
The earth feared and was quiet

When God arose to [establish] judgment,
To save all the humble of the earth. Selah.
10 
For the wrath of man shall praise You;
With a remnant of wrath You will clothe and arm Yourself.

11 
Make vows to the Lord your God and fulfill them;
Let all who are around Him bring gifts to Him who is to be feared [with awe-inspired reverence].
12 
He will cut off the spirit of princes;
He is awesome and feared by the kings of the earth.

Het Boek

Psalmen 76

1Een psalm van Asaf. Een lied voor de koordirigent. Te begeleiden met snaarinstrumenten.

Iedereen in Juda kent God.
Heel Israël eert en verheerlijkt Hem.
Zijn huis staat immers in Jeruzalem
en Hij woont op de berg Sion.
Daar heeft Hij de wapens van de vijand vernietigd.
De geweldige bergen kunnen zich niet met U meten
in pracht en heerlijkheid.
U versloeg de sterke vijanden.
Zij sliepen gewoon in.
Geen van al die dappere krijgers had nog kracht
om tegen U op te staan.
Toen U Zich liet zien, God van Jakob,
konden noch paarden noch strijdwagens
meer iets beginnen.
U bent groot en beroemd,
niemand kan in leven blijven
als uw toorn ontbrandt.
Vanuit de hemel hebt U geoordeeld
en de aarde werd helemaal stil van ontzag.
10 Toen stond God op als rechter
en bevrijdde al de oprechte mensen op aarde.
11 Werkelijk, zelfs uw tegenstanders moeten U eer brengen.
U houdt ze in toom.
12 Doe uw geloften aan de Here, uw God.
Kom ze ook na.
Iedereen moet Hem offers en gaven brengen,
want Hij is beroemd en gevreesd.
13 God verslaat alle tegenstanders,
allen vrezen Hem.