Amplified Bible

Psalm 52

Futility of Boastful Wickedness.

To the Chief Musician. A skillful song, or a didactic or reflective poem. A Psalm of David, when Doeg the Edomite came and told Saul, “David has come to the house of Ahimelech.”

1Why do you boast of evil, O mighty man?
The lovingkindness of God endures all day long.

Your tongue devises destruction,
Like a sharp razor, working deceitfully.

You love evil more than good,
And falsehood more than speaking what is right. Selah.

You love all words that devour,
O deceitful tongue.


But God will break you down forever;
He will take you away and tear you away from your tent,
And uproot you from the land of the living. Selah.

The righteous will see it and fear,
And will [scoffingly] laugh, saying,

“Look, [this is] the man who would not make God his strength [his stronghold and fortress],
But trusted in the abundance of his riches,
Taking refuge in his wealth.”


But as for me, I am like a green olive tree in the house of God;
I trust [confidently] in the lovingkindness of God forever and ever.

I will thank You forever, because You have done it, [You have rescued me and kept me safe].
I will wait on Your name, for it is good, in the presence of Your godly ones.

Het Boek

Psalmen 52

11,2 Een leerzaam gedicht van David voor de koordirigent. Hij maakte dit nadat de Edomiet Doëg hem aan Saul had verraden met de woorden: ‘David is in het huis van Achimélech.’

Och geweldenaar, waarom denkt u
dat het kwade u wel zal helpen?
De liefde en goedheid van God houden nooit op
en gelden dag en nacht.
U bedenkt allerlei kwaad,
uw tong is zo scherp als een scheermes.
U bent een bedrieger!
U geeft de voorkeur aan het kwaad
boven het goede.
U liegt liever
dan dat u de waarheid spreekt.
U hoort het liefst slechte taal
en een mond die bedriegt.
God zal u echter voor eeuwig verderven.
Hij zal u uit uw huis wegslepen
en een einde aan uw leven maken.
De oprechte mensen die het zien,
zullen ontzag voor God hebben en zeggen:
‘Kijk, zo vergaat het degene
die niet op God vertrouwt,
maar denkt dat zijn rijkdom hem wel zal redden.
Die rijkdom waardoor hij zich sterk waande,
werd zijn ondergang.’
10 Ik groei echter op
als een altijd groene olijfboom in Gods huis.
Onophoudelijk vertrouw ik
op Gods goedheid en liefdevolle zorg.
11 Ik zal U altijd loven en prijzen,
omdat U mij steeds weer redt.
Ik verwacht het alleen van U,
samen met al uw volgelingen,
want uw naam is groot en goed.