Amplified Bible

Psalm 110

The Lord Gives Dominion to the King.

A Psalm of David.

1The Lord (Father) says to my Lord (the Messiah, His Son),
“Sit at My right hand
Until I make Your enemies a footstool for Your feet [subjugating them into complete submission].”

The Lord will send the scepter of Your strength from Zion, saying,
“Rule in the midst of Your enemies.”

Your people will offer themselves willingly [to participate in Your battle] in the day of Your power;
In the splendor of holiness, from the womb of the dawn,
Your young men are to You as the dew.


The Lord has sworn [an oath] and will not change His mind:
[a]You are a priest forever
According to the order of Melchizedek.”

The Lord is at Your right hand,
He [b]will crush kings in the day of His wrath.

He will execute judgment [in overwhelming punishment] among the nations;
He will fill them with corpses,
He will crush the chief men over a broad country.

He will drink from the brook by the wayside;
Therefore He will lift up His head [triumphantly].

Notas al pie

  1. Psalm 110:4 In rabbinic legend, Shem (the son of Noah) was Melchizedek, and God had planned to make him the first high priest. But when he blessed Abraham without first blessing God (Gen 14:18f), God gave the priesthood to Abraham instead.
  2. Psalm 110:5 Lit has smashed, probably a prophetic construction, and so in v 6.

Het Boek

Psalmen 110

1Een psalm van David.

Dit sprak de Here tot mijn Heer:
‘Kom naast Mij zitten, aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden aan u onderworpen heb.’
De Here laat u machtig heersen vanuit Sion.
U bent de overwinnaar over al uw tegenstanders.
Uw volk volgt u graag
als u het oproept voor de strijd.
Al heel vroeg in de morgen verschijnen
de sterke jongemannen in prachtige kleding.
De Here heeft een eed afgelegd
waarvan Hij nimmer spijt krijgt:
‘U bent de eeuwige priester,
zoals ook Melchisedek mijn priester was.’
De Here is aan uw rechterzijde
en verlaat u niet.
Op de dag van zijn toorn
vernietigt Hij de koningen van deze aarde.
Hij spreekt het vonnis over de ongelovigen uit
en de lijken stapelen zich op.
Hij vernietigt hen, waar zij ook zijn.
Onderweg lest Hij zijn dorst bij een beek
en Hij draagt het hoofd fier opgeheven.