Amplified Bible

Psalm 102

Prayer of an Afflicted Man for Mercy on Himself and on Zion.

A Prayer of the afflicted; when he is overwhelmed and pours out his complaint to God.

1Hear my prayer, O Lord,
And let my cry for help come to You!

Do not hide Your face from me in the day of my distress!
Incline Your ear to me;
In the day when I call, answer me quickly.

For my days have vanished in smoke,
And my bones have been scorched like a hearth.

My heart has been struck like grass and withered,
Indeed, [absorbed by my heartache] I forget to eat my food.

Because of the sound of my groaning [in suffering and trouble]
My bones cling to my flesh.

I am like a [mournful] [a]vulture of the wilderness;
I am like a [desolate] owl of the wasteland.

I am sleepless and lie awake [mourning],
I have become like a lonely bird on a housetop.


My enemies taunt me all day long;
Those who ridicule me use my name as a curse.

For I have eaten ashes like bread,
And have mingled my drink with tears
10 
Because of Your indignation and Your wrath,
For You have lifted me up and thrown me away.
11 
My days are like an evening shadow that lengthens and vanishes [with the sun];
And as for me, I wither away like grass.

12 
But You, O Lord, are enthroned forever [ruling eternally as sovereign];
And [the fame and glory of] Your name [endures] to all generations.
13 
You will arise and have compassion on Zion,
For it is time to be gracious and show favor to her;
Yes, the appointed time [the moment designated] has come.
14 
For Your servants find [melancholy] pleasure in the stones [of her ruins]
And feel pity for her dust.
15 
So the nations will fear the name of the Lord,
And all the kings of the earth [will recognize] Your glory.
16 
For the Lord has built up Zion;
He has appeared in His glory and brilliance;
17 
He has regarded the prayer of the destitute,
And has not despised their prayer.

18 
Let this be recorded for the generation to come,
That a people yet to be created will praise the Lord.
19 
For He looked down from His holy height [of His sanctuary],
From heaven the Lord gazed on the earth,
20 
To hear the sighing of the prisoner,
To set free those who were doomed to death,
21 
So that people may declare the name of the Lord in Zion
And His praise in Jerusalem,
22 
When the peoples are gathered together,
And the kingdoms, to serve the Lord.

23 
He has exhausted my strength [humbling me with sorrow] in the way;
He has shortened my days.
24 
I said, “O my God, do not take me away in the midst of my days;
Your years are [eternal] throughout all generations.
25 
“At the beginning You founded the earth;
The heavens are the work of Your hands.
26 
“Even they will perish, but You endure;
Yes, all of them will wear out like a garment.
Like clothing You will change them and they shall be changed.
27 
“But You remain the same,
And Your years will never end.
28 
“The children of Your servants will continue,
And their descendants will be established before You.”

Notas al pie

  1. Psalm 102:6 Lit pelican, or some kind of desert bird.

Het Boek

Psalmen 102

1Deze psalm is het gebed van iemand die in diepe ellende zit, geen raad meer weet en zijn hart uitstort bij de Here.

Here, luister toch naar mijn gebed,
ik bid dat mijn hulpgeroep U bereikt.
Verberg U niet voor mij,
nu het mij allemaal te veel wordt,
luister toch naar mij.
Antwoord mij toch snel, nu ik U roep.
Want ik word zo snel oud
en mijn botten doen zeer, zij gloeien.
Mijn hart is dor als dood gras
en alle eetlust is verdwenen.
Door al mijn verdriet
voel ik mij lichamelijk een wrak.
Ik voel mij als een pelikaan in de woestijn, hulpeloos.
Alsof ik een steenuil ben die in de ruïnes zit.
Ik kan niet slapen en lijk op een vogel, alleen op een dak.
Mijn tegenstanders bespotten mij voortdurend.
Mijn naam geldt als een vloek
voor wie mijn bloed wel kunnen drinken.
10 Ik eet as in plaats van brood
en mijn tranen mengen zich met het water dat ik drink.
11 Dat komt allemaal doordat U
uw toorn en ergernis over mij hebt uitgegoten,
eerst nam U mij op
en toen gooide U mij weer neer.
12 Mijn dagen zijn stil en duister
en ik verga.
13 Here, U heerst echter tot in eeuwigheid.
Uw naam zal nooit worden uitgewist en blijft altijd bestaan.
14 Eens zult U Zich over Jeruzalem komen ontfermen.
De tijd is aangebroken om uw stad genade te geven.
15 Uw dienaren houden van deze stad
en hebben medelijden met de puinhopen die er liggen.
16 Dan zullen alle volken ter wereld
eerbied en ontzag hebben voor de naam van de Here.
Alle heersers
zullen uw grootheid erkennen.
17 Dan zal de Here Jeruzalem herbouwen
en er met zijn grootheid en macht gaan wonen.
18 Dan zal Hij de gebeden van de armen aanhoren
en Zich tot hen overbuigen.
19 Laten we dit opschrijven voor de komende generaties.
Het volk dat dan leeft, zal de Here prijzen.
20 Want de Here heeft hoog vanuit zijn heilige hemel
neergezien op de aarde.
21 Hij hoorde het klagen en huilen van de gevangenen
en bevrijdde hen die ten dode waren opgeschreven.
22 Daarom zal men in Jeruzalem over de Here vertellen
en zijn naam groot maken.
23 Dan zullen alle volken en koninkrijken bij elkaar komen
en de Here dienen.
24 Halverwege mijn leven heeft Hij mijn kracht afgenomen.
Ik leef nog maar kort.
25 Ik zeg tegen Hem:
mijn God, laat mij nog niet sterven,
ik ben nog veel te jong.
Maar U bestaat al eeuwen.
26 In het begin hebt U de aarde gemaakt
en ook de hemel was uw werk.
27 Dit alles zal eenmaal verdwijnen,
maar U blijft altijd aanwezig.
Alles slijt weg als oude kleren,
28 maar U blijft dezelfde.
Aan uw bestaan komt geen einde.
29 De nakomelingen van uw dienaren kunnen veilig leven.
Het volk dat uit hen voortkomt,
zal altijd veilig onder uw hoede blijven.